Integrale jeugdhulp

U bent hier

Inleiding: 

Elke Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB)-medewerker, elke huisarts, elke politieagent, kortom elke toeleider die professioneel actief is met kinderen en jongeren kan vanaf heden beroep doen op een hulpprogramma crisis dat onmiddellijke hulp garandeert in crisissituaties. De werking van het hulpprogramma wordt telkens verduidelijkt aan de hand van onderstaande casussen.

Wat is een crisis?

Volgens de definitie van Integrale Jeugdhulp spreken we van een ‘crisis’ wanneer het gaat om ‘een acuut beleefde noodsituatie die niet vooraf kan worden ingeschat en waarin onmiddellijke hulp moet geboden worden’.
Deze definitie is zéér ruim. Ze overstijgt actuele (veelal sectorale) begrippen zoals Problematische Opvoedingssituatie (POS), een (vermoeden) van kindermishandeling, een noodsituatie… Het kan dus over diverse situaties gaan met een waaier aan problematieken.

Voor toepassing op de casussen klik hier

Wat is een hulpprogramma crisis?

Veel crisissen raken opgelost in de omgeving van de jongere zelf. Verdere hulpverlening is dan niet nodig. Lukt dit echter niet, dan doet men vaak beroep op een dienst- of hulpverlener (een politieagent, een straathoekwerker, een onthaalmedewerker, een CLB-medewerker, een verpleegkundige, een huisarts…).
Indien de crisissituatie zo complex is, of de betrokken professionele hulpverlener geen antwoord kan aanbieden voor de crisis, dan kan het hulpprogramma van het crisisnetwerk ingeschakeld worden.

De cruciale uitdaging voor het netwerk crisishulp kan je dan als volgt omschrijven: organiseer de samenwerking tussen alle partners die crisishulp aanbieden op een zodanige manier dat ze vier opdrachten kunnen waarmaken.
We zetten deze opdrachten even op een rij:

1. een permanentie voor vragen en coaching/dispatching in verband met crisissituaties (24h, 7dagen op 7),
2. een kortdurende intensieve mobiele of ambulante interventie bij crisissituaties (3 dagen),
3. een crisisbegeleiding bij de cliënt thuis of op een ambulante dienst (max. 28 dagen),
4. een residentiële crisisopvang (max. 7 dagen).

Deze vier delen vormen samen het intersectorale hulpprogramma crisis dat meteen inzetbaar is bij crisissituaties, en zich duidelijk onderscheidt van ‘reguliere hulpverlening’ in de beoogde finaliteit.

Voor toepassing op de casussen klik hier

Werkingsprincipes van het hulpprogramma

Het hulpprogramma is bedoeld voor alle Brusselse jongeren/ouders met centraal hierin de crisisvraag van de jongere en/of de ouder. Het hulpprogramma is enkel toegankelijk voor toeleiders (de verwijzers).
Het is een hulpprogramma dat aanvullend (met andere woorden subsidiair) aanwezig is, dat wil zeggen dat elke doorverwijzende instantie verantwoordelijk is en blijft voor de reguliere dienstverlening/hulpverlening.
Het is een intersectoraal programma waarin acceptatie van de hulp essentieel is. Belangrijk is dus dat de crisishulp aanvaard wordt door de jongere en de leden van het gezin. Het is géén gedwongen vorm van hulpverlening.
In de hulpverlening van het programma zijn het belang van het kind of de jongere, het respect voor de regels van het beroepsgeheim en de openheid naar het cliëntsysteem leidende principes.
De partners van het netwerk van de regio Brussel werken samen met Franstalige voorzieningen in het kader van doorverwijzingen van crisissituaties indien het zou gaan over cliënten die uitsluitend Frans spreken of Frans als voertaal hebben. 

Voor toepassing op de casussen klik hier

Partners van het hulpprogramma

Het realiseren van het hulpprogramma crisisjeugdhulp in Brussel steunt vooral op het opnemen van een collectieve verantwoordelijkheid vanuit het bestaande aanbod voor het opzetten, optimaliseren en garanderen van het crisishulpprogramma in Brussel. 
Per opdracht wordt een overzicht gegeven van voorzieningen die een engagement opnemen:

Centraal meldpunt: CKG Centrum voor het Jonge Kind en CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk) Mozaïek  

Crisisinterventie: CKG Centrum voor het Jonge Kind, CAW Mozaïek, Thuisbegeleidingsdienst De Loper en het Vertrouwenscentrum kindermishandeling

Crisisbegeleiding: CKG Centrum voor het Jonge Kind, CAW Mozaïek, Thuisbegeleidingsdienst De Loper en het Vertrouwenscentrum kindermishandeling, CIG (Centrum voor Integrale Gezinszorg) De Vogelzang, Tussenin – MPC (Medisch Pediatrisch Centrum) Sint-Franciscus en Thuisbegeleiding Woluwe

Crisisopvang: CKG Centrum voor het Jonge Kind, GOP (Gezinsondersteunende pleegzorg) Kinderdienst, GOP Opvang, OOOC (Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum) ’t Pasrel, Onderweg, Minor Ndako, Kiezen voor Kinderen, Opvang, CAW Archipel, MPC Sint-Franciscus, De Torentjes en CIG De Vogelzang.

Indien de noodzakelijke ‘buffercapaciteit’ voor (een van de) vier opdrachten onvoldoende beschikbaar blijkt, engageren de leden van het netwerk zich om samen naar oplossingen te zoeken.

Aangezien het hulpprogramma openstaat voor alle Brusselse jongeren/ouders wordt samengewerkt met Franstalige voorzieningen. Abaka en SOS Jeunes nemen een engagement op en willen participeren aan het hulpprogramma crisis (crisisinterventie, -begeleiding en -opvang). Op deze manier wil men in het hulpprogramma ook een beperkte ‘Franstalige’ buffer inbouwen indien er Franssprekende toeleiders beroep zouden doen op het hulpprogramma.

Gezien de grote diversiteit van de (potentiële) doelgroep in het hulpprogramma wordt ook samengewerkt met interculturele bemiddelaars (ICB’s) en tolken. Brussel vervult immers een belangrijke grootstedelijke functie. Ze trekt veel immigranten en kansengroepen aan, en veel cliënten komen van buiten de regio. De doelgroep omvat meer en meer cliënten met een niet-westerse achtergrond.

Casus Mia en Piet

Mia 34 jaar, een alleenstaande vrouw (echtgenoot is overleden), werkloos, met twee kinderen (van 7 en 10 jaar oud).
Mia heeft ’s nachts heel erge pijn in haar buikstreek. Ze laat zich opnemen op de spoedafdeling, en heeft geen oplossing voor de kinderen. Mia leeft echt geïsoleerd en heeft geen sociaal netwerk waar ze op kan terugvallen. De kinderen komen de volgende dag laattijdig op school toe, hebben geen boterhammen bij en vertellen een warrig verhaal. De leerkracht stelt zich vragen en laat het CLB contact met thuis opnemen. Er is thuis niemand bereikbaar. Uiteindelijk verneemt de CLB-medewerker via het oudste kind dat moeder in het ziekenhuis ligt. Na telefonisch contact met het ziekenhuis blijkt dat Mia dringend is geopereerd en momenteel op intensieve zorgen ligt.

Piet is 14 jaar en volgt de richting Latijn-Wiskunde. Hij heeft het echter heel erg moeilijk om het hoofd boven water te houden en vreest dit schooljaar niet te slagen. Zijn ouders, en dan vooral zijn vader, zijn er echter van overtuigd dat hem dit wel zal lukken. De druk voor Piet is erg hoog en dit veroorzaakt faalangst. Hij begint zich slechter en slechter in zijn vel te voelen naarmate het schooljaar vordert. En de ruzies thuis, met vooral zijn vader, laaien steeds vaker zéér hoog op.
Hij heeft van een vriend, die zelf ook wat problemen gehad heeft, gehoord dat hij contact kan opnemen met een CBJ (comité bijzondere jeugdzorg). Hij gaat op vrijdag na school langs bij het CBJ van Brussel.
Hij geeft aan dat hij niet meer naar school noch naar huis wil. Hij wil hier niet over praten met vader en moeder.

Crisis

Bij Mia situeert de crisissituatie zich in een acuut opvangprobleem voor de twee kinderen daar er geen sociaal netwerk is waar Mia beroep op zou kunnen doen. De kinderen kunnen momenteel nergens terecht. De CLB-medewerker zou in deze situatie beroep kunnen doen op het hulpprogramma Crisis.

Ook in de situatie van Piet kunnen we spreken van een crisissituatie. De jongen van 14 jaar wil omwille van de thuissituatie niet meer naar huis.

Hulpprogramma crisis

In de situatie van Mia kan de CLB-medewerker contact opnemen met het meldpunt. Het meldpunt zal de hulpvragen onthalen en verhelderen. Concreet betekent dit dat het meldpunt zal nagaan welke stappen al ondernomen werden om de situatie op te lossen. Heeft de CLB-medewerker onderzocht of er geen sociaal netwerk is waarbij de twee kinderen terechtkunnen? Gaat het enkel om een tijdelijk opvangprobleem?... Als blijkt dat alle opties getoetst zijn, kan het hulpprogramma verder ingeschakeld worden. In de situatie van Mia betekent dit dat de kinderen zouden opgevangen kunnen worden door het Centrum voor Kinderzorg (CKG) Centrum voor het Jonge Kind, dat een ‘verzekerd’ engagement neemt van twee opvangbedden voor het crisismeldpunt. De kinderen kunnen dan zeven dagen (uitzonderlijk verlengbaar met nog eens zeven dagen) opgevangen worden in een leefgroep van het CKG. Moeder heeft hiervoor haar akkoord gegeven.

Bij Piet ligt de situatie anders. Gegeven het feit dat dit een nieuw dossier is bij het CBJ, kan de consulent in deze situatie ook beroep doen op het hulpprogramma crisis. In dit verhaal zijn er echter verschillende pistes mogelijk.
Wanneer de consulent contact opneemt met het meldpunt zal er eerst nagegaan worden wat het probleem is en welke stappen al werden ondernomen in deze crisissituatie door de consulent zelf. Indien nodig/wenselijk kan het meldpunt de consulent coachen en ondersteunen in het zoeken naar alternatieve oplossingen.
Indien dit alles geen voldoende resultaat biedt kan de consulent beroep doen op het aanbod van het hulpprogramma crisis. In dit voorbeeld kan er een interventie komen om de vraag verder te verduidelijken, de veiligheid in te schatten en via bemiddeling te komen tot een verheldering van een mogelijk aanbod om de crisis te deblokkeren. Deze oplossingen kunnen buiten het aanbod van het hulpprogramma vallen (bv. tijdelijke opvang bij een vriend of een familielid) maar evenzeer kan de consulent verder beroep doen op crisisbegeleiding en/of – opvang mocht dit na de interventie nodig blijken.

Werkingsprincipes

Voor de situatie van Mia en Piet betekent dit concreet dat ten minste de kinderen van Mia en bij voorkeur Mia zelf en ten minste Piet en bij voorkeur de ouders akkoord gaan met de crisishulp.
In beide praktijkvoorbeelden is de subsidiariteit van het programma belangrijk. Zowel voor de kinderen van Mia als voor Piet is het een essentieel principe dat er naar de minst ingrijpende vorm van hulp gezocht wordt.
Voor Piet zou dit kunnen betekenen dat hij bij een vriend of familie kan verblijven. Indien dit niet mogelijk is wordt er bij voorkeur eerst onderzocht of crisisbegeleiding mogelijk is in plaats van crisisopvang.