 |
Memorandum dringende medische hulp voor mensen zonder wettig verblijf. Waar knelt het schoentje? |
| Datum |
29/05/2012 |
| Organisatie |
Jes, Pigment, Medimmigrant, Samenlevingsopbouw Brussel en Dokters van de Wereld |
De vzw’s Jes, Pigment, Medimmigrant, Samenlevingsopbouw Brussel en Dokters van de Wereld schreven een memorandum rond Dringende Medische Hulp voor mensen zonder wettig verblijf. Ze werden hierin ondersteund door artsen uit het Maison Médicale Aster uit Schaarbeek en de huisartsenpraktijk Renfort in Molenbeek.
Mensen zonder wettig verblijf kunnen zich aanmelden bij het OCMW van hun hoofdverblijfplaats om recht te hebben op Dringende Medische Hulp. Het OCMW voert een sociaal onderzoek waarin wordt nagegaan of de persoon in kwestie aan de volgende voorwaarden voldoet:
- Hij/zij is zonder wettig verblijf in het land
- Hij/zij verblijft op het grondgebied van het OCMW
- Hij/zij heeft geen eigen financiële middelen om de medische zorgen te betalen
Als norm wordt de medische hulp en verzorging vooropgesteld die opgenomen is in de nomenclatuur. Dit omvat de zorgverlening die noodzakelijk is om een leven te kunnen leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid.
De federale overheid, meer bepaald de POD (Programmatorische Federale Overheidsdienst) Maatschappelijk Integratie betaalt het OCMW de kosten voor de zorgen met een RIZIV-nomenclatuur terug. Medische zorgen of medicatie ter verhoging van het comfort van de persoon zoals pijnstillers, zalf, babypoedermelk hebben geen RIZIV-nomenclatuurnummer en worden dus niet door de federale administratie terugbetaald aan het OCMW. De kosten van voeding, kleding en huisvesting vallen niet onder Dringende Medische Hulp.
Maar de term ‘Dringende Medische Hulp’ is verwarrend voor zowel zorgverstrekkers die niet vertrouwd zijn met de procedure als voor mensen zonder wettig verblijf zelf. Nochtans stelt het Koninklijk Besluit betreffende Dringende Medische Hulp dat de zorgen zowel curatief als preventief van aard kunnen zijn.
De procedure verloopt niet overal even vlot,waardoor mensen zonder wettig verblijf soms geen of laat medische zorgen kunnen bekomen. Zo vragen sommige OCMW’s een attest van DMH ingevuld door een arts vooraleer ze een dossier openen. In dat geval is er dus geen systeem waarbij de mensen een eerste consulatie bij een huisarts kunnen hebben. Nochtans vraagt de overheid pas een attest van dringende medische hulp bij de controle van het dossier dat maanden nadien plaatsvindt. Dus het attest kan ook toegevoegd worden ná de zorgen.
Soms wil het OCMW de eerste consultatie wel ten laste nemen maar zijn er te weinig artsen die een samenwerkingsakkoord met een OCMW hebben of het OCMW werkt alleen samen met welbepaalde zorgverstrekkers. De werkgroep vraagt dan ook om overeenkomsten af te sluiten met zoveel mogelijk huisartsen op hun grondgebied.
Een andere belangrijke aanbeveling en tevens ook oplossing voor de moeilijke toegang tot de eerste consultatie is de toekenning van de medische kaart door het OCMW nog vóór de nood aan medische zorgen zich voordoet. Bij de aanmelding van de betrokkene doet het OCMW een sociaal onderzoek en beslist op basis daarvan al dan niet een medische kaart te verstrekken. Dit is een systeem dat al door het OCMW van Gent wordt toegepast. Op het moment dat de nood aan medische zorgen zich voordoen, heeft de betrokkene al een medische kaart en is het duidelijk voor de arts aan welke formaliteiten hij moet voldoen om betaald te worden.
Verder wordt er door heen het ganse memorandum ook gepleit voor een grotere harmonisering en coherentie op het niveau van de 19 Brusselse gemeenten en hun OCMW’s.
Het memorandum eindigt met de vaststelling dat de gezondheid van mensen zonder wettig verblijf de gehele bevolking aanbelangt: zorg dragen voor de zwaksten binnen de samenleving leidt tot een beter welzijn voor iedereen. Bovendien is dit basisrecht verre van onbetaalbaar, de cijfers achterin het Memorandum tonen immers aan de uitgaven voor Dringend Medische Hulp slechts een peulschil bedragen van de totale uitgave voor gezondheidszorg (cijfers 2009).
Het volledige memorandum kan u hier lezen.